Geen ‘hangmatregel’ voor huisdieren

De Hoge Raad heeft vandaag beslist dat de zogenaamde ‘hangmatregel’ (art. 6:174 BW) niet kan worden doorgetrokken naar de aansprakelijkheid voor dieren (art. 6:179 BW). Advocaat Arvin Kolder zocht met deze zaak wederom de grenzen van de wet op, maar is helaas in het ongelijk gesteld door de Hoge Raad.

Medebezitters van opstal

In 2010 heeft de Hoge Raad in het zogeheten Hangmat-arrest beslist dat medebezitters van een opstal elkaar onderling op grond van art. 6:174 BW kunnen aanspreken tot schadevergoeding. Onze advocaat Mr. Arvin Kolder stond in die zaak een vrouw bij die ernstig letsel opliep, doordat een deel van de gezinwoning, een paal waaraan haar hangmat was bevestigd, bezweek. De Hoge Raad oordeelde dat het slachtoffer als medebezitter van het pand, haar partner, die tevens medebezitter was, met succes aansprakelijk kon stellen.

Medebezitters van huisdieren

In navolging van het Hangmat-arrest zocht Arvin Kolder opnieuw naar een vernieuwende insteek binnen het recht. Ditmaal stond hij een medebezitter van een paard bij. De vrouw liep ernstig letsel op toen zij onverwachts door dat paard omver werd gelopen. Ook nu sprak de vrouw haar partner als medebezitter aan.

Uitspraak Hoge Raad 2016

Het Hangmat-arrest uit 2010 is een succesvolle zaak gebleken in de belangenbehartiging van onze cliënten. De Hoge Raad komt in het geval van schade door dieren nu echter tot een afwijkende uitkomst. Hij wijst hiertoe onder meer op het verschil tussen een opstal als ‘levenloos’ object en een dier dat als levend wezen een eigen, onvoorspelbare energie heeft. Lees hier de volledige uitspraak van de Hoge Raad.

Mr. Kolder is uiteraard teleurgesteld in de uitkomst van deze zaak. “Maar als advocaat zal ik ten behoeve van onze cliënten de grenzen van het recht blijven verkennen. Dat maakt mijn beroep waardevol.”

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone