Achterop-aanrijding binnen de bebouwde kom

Toelichting op Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, deelgeschilbeschikking 28 januari 2016.
Advocaat: Chris de Vos

Een mevrouw rijdt in de bebouwde kom in haar auto, in de buurt van een winkelcentrum en meerdere zebrapaden.  Zij moet stoppen voor overstekende voetgangers. Vervolgens wordt zij opgeschrikt door een achter haar rijdende automobiliste, die achterop haar knalt.

De mevrouw die voorop rijdt, stelt (de verzekeraar van) de achteroprijdster aansprakelijk voor haar schade. Die wijst de aansprakelijkheid echter af.

De achteroprijdster stelt dat haar voorgangster plotseling -en zonder enige verkeersnoodzaak- voor het zebrapad is gestopt. Volgens de achteroprijdster waren er helemaal geen overstekende voetgangers (er zijn geen getuigen). Bovendien voert de achteroprijdster aan dat haar voorgangster op het moment van de aanrijding stil stond, en dat zij zelf slechts 30 km/per uur reed.

Zoals gezegd, de verzekeraar van de achteroprijdster weigert de aansprakelijkheid te erkennen. Daarom ontstaat voor de voorop rijdende automobiliste de noodzaak om naar de rechter te stappen. Dit niet alleen vanwege het feit dat zij door het ongeval zit met materiële schade, maar bovendien omdat zij gewond is geraakt en door het opgelopen letsel haar werk niet meer kan doen.

Namens de voorop rijdende automobiliste wordt een deelgeschilprocedure gestart.

Uitspraak van de rechter

De rechter oordeelt dat de achteroprijdster aansprakelijk is voor de schade van haar voorgangster. Dit geldt niet alleen voor de schade aan de auto, maar ook voor de ontstane letselschade. Kortom, de schade moet door de verzekeraar van de achteroprijdster aan haar voorgangster worden vergoed.

De rechter overweegt dat vaststaat dat de mevrouw die achter haar voorgangster reed, achterop is gebotst. Dit terwijl die voorgangster stop hield (of net had gehouden) voor een zebrapad. De rechter oordeelt dat, los van de vraag of de automobiliste die voorop reed al dan niet stil hield om voetgangers te laten oversteken, de achteroprijdster onvoldoende afstand heeft gehouden. Daarbij is de situatie ter plaatse van belang, aldus de rechter.

Volgens de rechter moet een automobilist altijd rekening houden met het verkeer en voldoende afstand houden tot zijn voorligger. De rechter geeft aan dat die afstand dermate groot moet zijn, dat zelfs adequaat gereageerd kan worden, als de voorligger volledig onverwacht en plotseling snelheid vermindert. Immers, een voorligger kan ineens een lekke band krijgen, of er kan plotseling een technisch mankement aan de auto ontstaan. Bovendien kan een bestuurder onwel raken, volgens de rechter. Daar moet je als achterligger rekening mee houden.

De rechter vindt van belang dat in dit geval sprake was van een druk punt binnen de bebouwde kom. Bovendien gebeurde het ongeval direct voor een zebrapad dat vlak voor een bocht ligt, en in een straat waar zich meerdere zebrapaden op korte afstand achter elkaar bevinden. Daarnaast vindt de rechter van belang dat deze straat pal naast een winkelcentrum en (flat)woningen is gelegen, dat vlak na de zebrapaden een kruising komt, en dat het verkeer door borden en een waarschuwingslicht, voor de zebrapaden wordt gewaarschuwd.

Kortom, de afstand die de achterligger tot haar voorgangster heeft gehouden, is onvoldoende geweest, zelfs als er ter plekke geen voetgangers waren die overstaken of wilden oversteken, zoals de achteroprijdster heeft gesteld.

Volgens de rechter is sprake van een onrechtmatige daad van de achteroprijdster. Zij heeft de regel, dat een bestuurder in staat moet zijn om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover de weg vrij is (artikel 19 RVV), overtreden.

Deze regel heeft als strekking een specifiek gevaar, namelijk dat zich een verkeersongeval voordoet, te voorkomen. Daarom is er volgens de rechter sprake van een oorzakelijk verband tussen de onrechtmatige daad van de achteroprijdster, en de schade van de voorop rijdende automobiliste.

Overigens beslist de rechter ook nog, dat geen sprake is van eigen schuld van de voorop rijdende automobiliste. Dat had de achteroprijdster namelijk ook nog als argument aangevoerd. Kortom, de aaverzekeraar van de achteroprijdster moet de schade van haar voorgangster, volledig vergoeden.

Lees hier de geanonimiseerde uitspraak van deze zaak 

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone