Aan tergend lange wachten moeten een einde komen.

Het OM Noord-Nederland heeft onlangs drie geruchtmakende klachtzaken bij het hof in Leeuwarden verloren. Een overwinning voor nabestaanden en gedupeerden die met hun advocaten hebben gestreden voor strafvervolging. Toch zijn advocaten uiterst kritisch over de klachtprocedure.

Een strafrechtelijk onderzoek naar de NAM voor het veroorzaken van levensgevaar in het Groningse aardbevingsgebied? Het Openbaar Ministerie (OM) Noord-Nederland zag er geen brood in. Een strafzaak tegen de moeder van Sharleyne Remouchamps (8) uit Hoogeveen? Onvoldoende bewijs, dat zij het kind van de flat heeft gegooid, vond het OM.

Ook voor strafrechtelijke vervolging van de sportclub in Twijzel, waar een dug-out met kinderen instortte, zag het OM geen reden de club ter verantwoording te roepen. Bij het drama kwam Yrsa de Bruin (10) om het leven en raakten vijf andere kinderen gewond.

Met succes

De nabestaanden, ouders van slachtoffers en de gedupeerden in deze drie zaken hebben met succes een klachtprocedure aangespannen bij het gerechtshof. Het Openbaar Ministerie moet van het hof wel strafrechtelijk onderzoek doen naar de NAM. De moeder van het Hoogeveense meisje moet vervolgd worden voor moord of doodslag en SC Twijzel voor dood door schuld en het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel.

Klachtprocedure op de schop

Advocaat Liesbeth Poortman vertegenwoordigt zowel de nabestaanden en slachtoffers van het dug-out-ongeval in Twijzel als de vader van Sharleyne uit Hoogeveen, het meisje dat dood gevonden werd bij haar flat.

De Groningse advocaat is uiterst tevreden met de beslissingen van het hof in deze zaken. Toch vindt zij de huidige klachtprocedure, de artikel 12-procedure, op zijn zachtst gezegd voor verbetering vatbaar. ,,Als het aan mij ligt, gaat de hele procedure op de schop.”

Poortman vindt het niet juist dat het OM een rol van betekenis heeft in de klachtzaken. ,,De procedure is gericht tegen de beslissing van het OM om geen strafvervolging in te stellen, maar een zaak te seponeren. Een nabestaande, slachtoffer of gedupeerde gaat bij een klachtzaak tegen die beslissing in. Zij treffen in de procedure het OM niet alleen als tegenpartij, maar ook als adviseur van het hof. Het OM adviseert het hof over hoe met de zaak moet worden omgegaan.”

Tergend lang wachten

Een ander kritiekpunt van advocaat Poortman is dat de procedure geen termijnen kent. Slachtoffers en nabestaanden moeten volgens haar vaak lang wachten tot de klachtzaak is behandeld. De zaak Twijzel is een goed voorbeeld. Het drama gebeurde in mei 2014. In oktober van dat jaar maakte het OM bekend dat er geen strafzaak volgt. Vijf ouderparen van slachtoffers stapten met Poortman naar het gerechtshof. Pas 2,5 jaar later beslist het hof dat die strafzaak er toch moet komen.

Aan dat tergend lange wachten voor nabestaanden en slachtoffers moet einde komen, vindt Poortman. Het liefst zou de advocaat zien dat de bevoegdheid om te beslissen over wel of geen strafvervolging van het OM wordt afgenomen.

,,Ik zou willen dat een officier van justitie een advies opstelt dat door een rechter-commissaris wordt beoordeeld. Die rechter kan dan eventueel aanvullend onderzoek vragen. Tegen een besluit van de rechter-commissaris kan vervolgens bij het hof worden ingegaan. Dat is beter en gaat een stuk sneller.”

Geen visitekaartje

Advocaat Richard Korver, die vaak nabestaanden bijstaat, is het met zijn collega eens. ,,De artikel 12-procedure zou het visitekaartje moeten zijn van onze rechtsstaat. Dat is het echt nog niet. Het kenmerk van de rechtsstaat is dat er geen eigen richting plaatsvindt. Dat kun je natuurlijk alleen goed regelen als het OM zijn werk naar behoren doet. Uit het feit dat met regelmaat klachtzaken worden toegewezen, mag worden afgeleid dat het niet altijd goed gaat. Juist in zaken waarin je het niet goed gaat is het hof nog de enige hoop.”

Korver vindt het daarom kwalijk dat eisen die gelden bij gewone strafzaken niet gelden voor de klachtzaken. ,,Er is bijvoorbeeld geen wettelijke termijn waarop uitspraak moet worden gedaan en ook geen mogelijkheid tot hoger beroep. Deze wetgeving is dringend aan vernieuwing toe.”

Advocaat Job Knoester heeft vooral problemen met de juridische beperkingen van artikel 12. ,,Zo kun je geen procedure starten als er geen zekerheid is over een misdrijf. Nabestaanden die conclusies van het OM – dat het zelfmoord of een ongeluk was – willen betwisten, vangen meestal bot bij het hof. Op dit punt moet de wet worden aangepast om slachtoffers en nabestaanden echt een sterkere positie te geven.”

Hof: Lastig termijn aan te geven

Het gerechtshof in Leeuwarden is niet bekend met de kritiek van de advocaten op de artikel 12-procedure. ,,Er wordt zelden formeel over geklaagd”, zegt woordvoerster Frouwkje Steringa.

,,Dat de wet geen termijnen kent voor afdoening klopt. Het hof hanteert een termijn van zes tot acht weken na het horen van klager en de beklaagde. Dan ligt de beschikking in de bus. Alleen complexe zaken duren soms langer, maar dat wordt altijd toegelicht. Het is ook lastig om termijnen vast te leggen.”

Het hof heeft een onvoldragen dossier op het moment dat de klacht binnenkomt. ,,Daarover bestaat vaak een misverstand. Het hof heeft niets, terwijl velen denken dat met een druk op de knop het complete dossier boven water komt. Het gerechtshof heeft nauwelijks invloed op de snelheid van de informatievoorziening door het OM.

Daardoor verloopt er tijd, maar het hof dringt wel aan. Ook het plannen van zittingen vergt tijd. Na de zitting dient er ook beraadslaagd te worden door het hof.

De termijn die vervolgens nog genomen wordt is niet exorbitant lang en sluit ook aan op de beschikbare capaciteit van het hof. Die capaciteit wordt jaarlijks bekeken en bijgesteld naar aanleiding van de verwachte instroom.”

Reactie OM: ‘Andere visie hof betekent niet dat OM heeft gefaald’

Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland vindt het geen nederlaag als een klacht door het hof gegrond wordt verklaard, zegt woordvoerster Manon Hoiting. ,,We spelen geen wedstrijd. Dat het hof een andere visie heeft, betekent niet dat het OM gefaald heeft.”

Het is volgens de woordvoerster goed dat belanghebbenden, als zij het oneens zijn met de beslissing van het OM om in een zaak geen onderzoek te doen of niet te vervolgen, deze ter toetsing aan het hof kunnen voorleggen. ,,Een onafhankelijke rechter bekijkt dan of de beslissing van het OM juist was. Wij nemen onze beslissingen weloverwogen. Maar vindt het hof dat toch nader onderzoek moet worden gedaan of toch moet worden vervolgd, dan doen wij dat uiteraard.”

Als de zaak van het hof alsnog moet worden opgepakt dan neemt een collega-officier van justitie de zaak over. ,,De officier die de beslissing tot sepot heeft genomen, zal dus niet opnieuw de zaak oppakken. In enkele gevallen kan er voor gekozen worden om een officier van een ander parket de zaak te laten doen, maar altijd onder verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van het OM Noord-Nederland.”